Lintspanen bij draaien voorkomen

Lintspanen zijn lange slierten residu die ontstaan doordat tijdens het verspanen de spaan niet gebroken wordt. Ze zijn bij het beheersen van het verspaningsproces een slechte zaak. De lange slierten gaan overal tussen en bij zitten en kunnen het proces bemoeilijken. Lintspanen ontstaan vaak door het onjuist toepassen van bepaalde verspaningscondities bij een bepaalde wisselplaatgeometrie, er wordt met andere woorden niet verspaand in overeenstemming met de geometrie.

 

We lichten dit toe aan de hand van een voorbeeld:

Bij een wisselplaat met referentie CNMG 120408E FM:T8330 staan de letters FM voor de wisselplaatgeometrie (Fijne tot Middelmatige verspaning). Hierbij hoort een bepaald bereik wat betreft voeding (0.1 – 0.3 mm/omw) en snedediepte (Ap 0.5 – 6.3 mm). Indien er met condities buiten dit gebied verspaand wordt, is de kans op lintspaan groot.

Onderstaande figuur verduidelijkt wat er gebeurt indien de verkeerde snedediepte wordt toegepast.

 

Figuur 1: Effect van snedediepte op spaanvorming

  • Op de eerste prent is de snedediepte (a) lager dan het aanbevolen bereik. De spaan volgt niet de curve van de geometrie en zal niet breken, met lintspaan tot gevolg.
  • Op de tweede afbeelding is wel de aanbevolen waarde voor snedediepte (a) gerespecteerd. Hier zal de spaan krullen en daarna breken. Dit is het spaanbrekereffect wat we beogen.
  • Op de laatste afbeelding is de snedediepte (a) te groot. De spaan wordt te dik en zal hierdoor opnieuw niet of te laat breken, wat funest is voor het draaiproces.

Opteer steeds voor de correcte spaanbreker en opereer binnen het aangegeven bereik wat betreft voeding en snedediepte. Bij Pramet wisselplaten staan deze waarden steeds op het doosje aangegeven, alsook zijn ze in de catalogus terug te vinden.

Lintspaan komt sporadisch ook voor bij boren. Hier is de oorzaak vaak een te lage voeding waardoor de spaan te dun wordt en niet breekt.

Wilt u meer informatie? Neem gerust contact met ons op.